Zo luidt een Noors spreekwoord en het wil zo veel zeggen als dat goed eten en drinken bij elkaar horen. In de kersttijd spreekt dat voor zich: zeker bij het kerstmaal hoort er iets lekkers te drinken bij.
Tegenwoordig drinkt men in Noorwegen graag goede wijn bij het eten, maar van oudsher dronk men speciaal gebrouwen bier, juleøl. Het brouwen van bier was minstens zo belangrijk als het slachten voor kerst. In Gulatingsloven (het wetboek van het Gulating) dat al van voor het jaar 1000 stamt, worden de regels van het bierbrouwen beschreven. Er stonden straffen op als er niet genoeg bier gebrouwen werd voor kerst en het bier moest lekker sterk zijn. Een boer die drie jaar lang geen bier had gebrouwen kon alles wat hij bezat verliezen, de helft aan de bisschop en de helft aan de koning. Hoe oud de kunst van het bierbrouwen in Noorwegen is weet men niet met zekerheid, maar er zijn bronnen die erg ver teruggaan. Bier werd gezien als heilig en kreeg daardoor een bijzondere plaats in de maatschappij. Geen enkele afspraak was geldig, geen huwelijk goedgekeurd, voordat erop gedronken was. Bier was een ceremoniële drank bij een geboorte (barnsøl), een doop, verloving (festarøl), trouwerij (brureøl = bruidsbier) en bij een begrafenis (gravøl). De mannen hadden de verantwoording voor alles wat te maken had met koren en mout, maar de vrouwen brouwden. Het bier moest klaar zijn voor de Thomasmesse op 21 december. Als het bier klaar was nodigde men buren en vrienden uit om te proeven. Door het jaar heen dronk men gewoonlijk water, verdunde melk of een minder sterk bier, maar met kerst dronk iedereen lekker bier dat vooral sterk moest zijn. Toen wij nog in Solør woonden brouwde ook mijn moeder bier voor kerst; een soort zoete drank met zo weinig alcohol dat zelfs de kinderen het mochten drinken. Wat vind ik het jammer dat ik het recept nooit heb gevraagd, al was het alleen om de nostalgie. Tegenwoordig kopen wij zowel bier als wijn en sterkedrank om te serveren bij de kerstmaaltijden, maar misschien wilt u zelf proberen bier te maken. Ik heb hier het recept uit het kookboek dat wij op de kweekschool gebruikten: Kokebok for Statens lærerskole i husstell (Stabekk).
Snarøl (Vlugbier)
6 l water
400-500 g bruine kandijsuiker
1 fles (33 cl) donker bier
gist ter grootte van een hazelnoot
Breng water en suiker aan de kook. Zeef het en laat het afkoelen tot 25°. Doe de gist, opgelost in een gedeelte van het bier, en de rest van het bier erbij. Schenk het bier direct in flessen en sluit ze af met een kurk. Bind touw of metaaldraad over de kurk als er gewone kurken worden gebruikt. In koude jaargetijden moeten de flessen tot de volgende dag een beetje warm staan en daarna op een koele plaats bewaard worden. Het bier smaakt na circa 8 dagen het best, maar is daarna niet al te lang houdbaar.
En hier heb ik nog een recept voor Finsk mjød. Ondanks de naam heeft dit recept niet veel met Finland te doen. Aase Strømstad, de schrijver van het boek Norsk Julemat, heeft dit recept uit haar tijd op de husmorskole en het recept staat ook in mijn kookboek van de kweekschool.
Finsk mjød
4 l water
500 g suiker (liefst kandijsuiker)
1 citroen
1 fles donker bier (33 cl)
1 g gist of ½ tl droge gist
½ tl suiker + 2 rozijnen voor iedere fles
Was de citroen goed en schil/rasp deze, maar let op dat je het witte niet meeschilt. Snijd de gele schil vervolgens in reepjes. Verwijder het wit van de citroen en snij deze verder in schijfjes. Breng het water aan de kook met suiker, citroenschil en de schijfjes citroen. Laat afkoelen tot 25° C. Roer de gist door het bier en voeg dit toe. Laat de mjød staan tot de volgende dag.
Zeef het vocht en schenk het in de flessen. Doe ½ tl suiker en 2 rozijnen in iedere fles. Sluit ze af met een kurk en bind de kurk af met touw of draad. Laat de mjød 8 dagen staan. Dan is die klaar voor gebruik. Maak de flessen voorzichtig open, want er kan wat druk op staan.
Skål!
SdV
Bron: Norsk Julemat geschreven door Aase Strømstad, Kokebok for Statens lærerskole i husstell.